Psychotherapie

De psychotherapeut lost geen problemen voor u op, maar helpt u nare dingen anders te zien, pijnlijke gevoelens te verwerken of moeilijke situaties anders aan te pakken. Het doel van de therapie is uw psychische klachten en problemen op te heffen, of zoveel te verminderen dat u er minder last van hebt. De problemen waarvoor mensen in psychotherapie gaan zijn heel verschillend. Voorbeelden van psychische problemen zijn: angsten, depressies, verslavingsproblemen, fobieën en dwanghandelingen. Vaak liggen negatieve ervaringen aan de problemen ten grondslag.

Het resultaat van de therapie is onder meer afhankelijk van de aard van de problemen en iemands eigen mogelijkheden. Aan nare omstandigheden zoals een laag inkomen of werkloosheid kan de therapie niets veranderen. Een geslaagde psychotherapie garandeert ook niet dat de cliënt de rest van zijn of haar leven gelukkig zal zijn. Met behulp van psychotherapie is het wel mogelijk dat de cliënt problemen beter leert hanteren.

Veel mensen hebben baat bij psychotherapie. De behandeling kan individueel zijn, maar ook in groter verband (relatie, gezin, groep) plaatsvinden.

Voor het welslagen van de therapie is de inzet van de cliënt even belangrijk als de deskundigheid van de psychotherapeut. Psychotherapie is een proces dat gepaard gaat met hobbels, met ups en downs. Voor een cliënt is psychotherapie vaak hard werken. Het kan zijn dat iemand zich (tijdelijk) slechter voelt of het idee heeft vast te lopen. Vaak is dat onvermijdelijk, omdat nare of moeilijke dingen het onderwerp zijn van de therapie.

Sommige cliënten houden last van psychische problemen of hebben te kampen met terugkerende klachten. Een psychotherapeut helpt de cliënt door de moeilijke perioden heen. Uiteindelijk moet de cliënt er beter van worden.

Cognitieve gedragstherapie

Bij gedragstherapie ligt de nadruk op het wijzigen van gedragspatronen die emotionele problemen in stand houden. Bij cognitieve therapie ligt de nadruk op het wijzigen van de manier van denken die patiënten hanteren. Cognitieve gedragstherapie is in eerste instantie gericht op de actualiteit. In de therapie gaat het vooral over moeilijkheden die in het heden spelen. De therapie stoelt op een open en gelijkwaardige samenwerkingsrelatie tussen therapeut en cliënt. De therapeut werkt met oefeningen en huiswerk. De behandelingen zijn klacht- of probleemgericht en kortdurend van opzet. De meeste behandelingen nemen tussen de tien en vijfentwintig zittingen in beslag.

Cognitieve gedragstherapie is een geïntegreerde behandeling die de afgelopen tien tot vijftien jaar is voortgekomen uit gedragstherapie en cognitieve therapie. Uit onderzoek is gebleken dat beide methoden van waarde zijn en dat zij heel goed in combinatie met elkaar kunnen worden toegepast. Binnen deze combinatie, de cognitieve gedragstherapie, ligt de nadruk soms meer op de manier van denken en interpreteren van de patiënt, soms meer op de manier van doen en laten. In andere gevallen werkt men gelijktijdig aan beide aspecten.

De laatste twintig jaar hebben veel vergelijkende onderzoeken uitgewezen dat cognitieve gedragstherapie goed werkt bij allerlei soorten emotionele problematiek, zoals dwangstoornissen, fobieën en paniekstoornissen, alcoholverslaving, depressie, boulimia, psychotische stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, psychosomatische problemen en seksuele problemen.

Schematherapie

Schematherapie is een integratieve Cognitieve Gedragstherapie ontwikkeld door Jeffrey Young en zijn collega's.  Een therapeutische behandeling die gericht is op cliënten met moeilijk behandelbare psychische stoornissen zoals o.a. persoonlijkheidsstoornissen. Schematherapie is een therapeutische benadering waarin elementen uit cognitieve, gedragstherapeutische en psychodynamische modellen, hechtings- en Gestalt-modellen met elkaar worden gecombineerd. De therapie heeft als doel oude disfunctionele schema's bij cliënten te onderkennen en te doorbreken. De therapie wordt tegenwoordig gezien als een effectieve behandeling voor een breed scala van psychische problemen, vooral ook voor patiënten die voorheen moeilijk te behandelen waren.

Disfunctionele schema's zijn door hun vroege ontstaansgeschiedenis in alle volgende levensfasen actief geweest en hebben hun werking doen gelden. 
Dit heeft geleid tot een continue herhaling van schema-bevestigende ervaringen en een gebrek aan schema-ontkrachtende ervaringen. Juist door deze herhaling van gebeurtenissen zijn disfunctionele schema's structureel geworden en hebben andere, meer functionele schema's zich niet kunnen ontwikkelen. Hierdoor zijn ze vaak moeilijk te veranderen omdat ze erg vertrouwd zijn en erg passen bij iemands identiteit. Schema's sturen dus van jongs af aan het gedrag. De informatie wordt er door geselecteerd en vervormd zodat het past in het schema. De gevolgen van dit gedrag bevestigen het schema weer. Het feit dat schema's disfunctioneel zijn blijkt meestal op latere leeftijd in het contact met anderen als blijkt dat de rigide schema's een onjuiste perceptie veroorzaken in sociale situaties. Schema's zijn verschillend in sterkte (dimensionaal) oproepbaar. Als het schema sterker aanwezig is zal het in meer situaties geactiveerd worden, meer negatief effect hebben, sterkere emoties veroorzaken en langer aanhouden. 

Het gevolg van het voorgaande is dat deze onaangepaste schema's een belemmering vormen in het gezond functioneren van een persoon met allerlei gevolgen zoals psychische stoornissen (o.a. stress, angst en depressie), een sociaal inadequate communicatie en binding met de omgeving zoals met familie, vrienden en collega's op het werk.  Schematherapie tracht middels een integratieve cognitieve gedragstherapie de werking van deze onaangepaste schema's minder sterk te maken.

De therapierelatie moet o.a. zorgen voor continuering van de therapie, psychologische bewustwording en inzicht, het emotioneel doorwerken van schema's en het uiteindelijk minder dominant maken van copingstrategieën en copingreacties (die veroorzaakt worden door de eerder besproken disfunctionele schema's) met als doel de betrokken patiënt minder klachten te laten ervaren.